De kleuren van Canada

Tekst: Dick van Toorn
Foto's: archief Wereldcontact

Superlatieven in toeristisch jargon lees je in de meeste reisbeschrijvingen. Maar wat beleef je nou echt op reis? Ons dagboek spreekt een eigen taal.

Vlammend rode maple leafs
Een meisje zeemt 150 meter boven de stad de ramen van Harbour Tower, aan de binnenkant, als we met de glazen lift boven komen. We zien ontwakend Vancouver extra helder: een sneeuwwit cruiseschip bij Canada Place en de sierlijke Lions Gate Brug naar de groene long van Stanley Park. Het is 5 minuten met de bus naar de vlammend rode maple leafs in het park, waar een paardentram traag voorbij klost en een moeder rolschaatsend haar buggy duwt.
'Overstekende zalmen' meldt een bord bij een iel beekje, terwijl het Zeeaquarium sponsors vraagt voor de wilde zalm. In mooie buitenbassins zien we schrandere witte beluga's en soezende zeeotters, wachtend op de eerste oester. Spannende aquaria tonen haaien en het zeeleven voor de kust. Net tijd voor een snelle hap in ons hotel, hijgend in het busje, dat prompt om 13.00 uur voorrijdt. Onze CanaDroomreis is begonnen.

Sta(a)rten
Als een grizzly, gestoord in de winterslaap, gromt de 300 pk diesel bij het starten van de trucking camper. De versnelling wil niet in Drive, het loopt al tegen zessen, de manager erbij. Zij kijkt over haar brilletje en deelt minzaam mee: 'Als je nou de rem erbij intrapt'. Nog 4000 kilometer te gaan…
Onophoudelijk loeien misthoorns over de Strait of Georgia en geen orkastaart te zien, varend van Tsawwassen naar Vancouver Island. Als we Victoria binnenrijden, fonkelt George Vancouver's gouden beeld in de zon op de koepel van het Parlementsgebouw. Deze verwaande Engelse kapitein wordt geëerd als 'ontdekker' van de Inside Passage, terwijl de Kustvolken er al duizenden jaren woonden. Bij het prachtige Royal BC Museum zien we enig eerbetoon aan deze volken: een origineel blokhuis, beschilderd met een 'Big Smile' en omringd door totempalen met de mythische raaf in top. Ook wij ontkomen niet aan de magie van deze vogel. We zien in dit museum een ontzagwekkende collectie van natuurhistorie, de Eerste Volken, oude en nieuwe kunst, maar ook een Victoriaans winkelstraatje. In het eeuwig geopende 'museum' van Chemainus dwalen we tussen de artistieke graffiti op blinde buitenmuren. We zien de hele historie van het eiland uitgebeeld, van eerste mens tot houthakker.
De zware camper deint behoorlijk op de bochtige en geaccidenteerde wegen van het eiland, maar we genieten van de eindeloze wouden en verwachten elk moment een staart te zien. Dat gebeurt pas in Ucluelet, een slaperig vissersdorpje aan de westkust, waar twee witstaartherten relaxed rondlopen bij de Co-op supermarkt.
Voor walvissen moeten we naar Tofino, bereikbaar door het Pacific Rim National Park. In Wickaninnish Ranger Station zien we de walvisvaart door de Kustvolken uitgebeeld: in open boomkano's jagend op 40 ton spek en botten. Jamie's Whale Watching heeft twee soorten boten, de snelle open Zodiac en een kajuitboot. Wij kiezen voor langzaam, want het motregent, de zee is grauw en we zoeken naar grijze walvissen. Feilloos vindt schipper Jamie de eenzame grijze kolos, die bij elke duik elegant haar staart opzwiept en na exact 5 minuten voorspelbaar boven komt. Terugvarend zien we onze eerste zwarte beer op een strandje en een paartje visarenden op hun nest. Toch staarten geteld vandaag!
Na overnachting in het nevelwoud bij Sproat Lake maken we een laatste, zonnige wandeling tussen de eeuwenoude woudreuzen van Cathedral Grove, waar een prachtige elk-hinde wegspringt.

Beren en bikes
Na aankomst in Horseshoe Bay ligt Vancouver, gezien vanaf de noordelijke kustweg, schitterend beneden ons. Gewend aan deining lopen we geroutineerd over de wiebelende Capilano Griezelbrug en genieten van de 70 meter diepe kloof in herfsttooi. Drie mannen van de Kustclans, in klederdracht, tonen hun dans-, zang- en houtsnijkunst voor de vele dagjesmensen.
Op weg naar Squamish langs de Sky to Coast Highway is het uitzicht over de azuurblauwe zee links en de ongenaakbare kustbergen rechts wonderschoon. Stoppen kunnen we pas bij de Shannon Falls, waar we samen met een Canadreumes van drie turven hoog gebiologeerd omhoog kijken naar de 300 meter hoge waterzuil.
De waterval volgt ons naar Whistler, waar we zo ongeveer 'afmeren' op de Riverside Camping. Bij het ontbijt zien we pas de verse berensporen naast onze camper…
De mountainbikers zetten hun fietsen rechtop in de liftcabines naar Mount Whistler; een jonge vent met dwarslaesie trekt zelf z'n 4-wieler naar binnen. Omhoog zwevend zien we een zwarte berin met 2 jongen tussen de kornoelje scharrelen, dus toch! Terug zien we ze weer, terwijl de fietsers langs de kale pistes naar beneden bolderen, de 4-wieler voorop.

Gaaien en ginseng
Bij Pemberton loopt de Duffey Lake Road door een reservaat, met teepee's en ruig bergland. Een sprookje openbaart zich tijdens de wandeling naar Joffre Lake: lichtgroene rietstengels in turkooizen water, een zoom van sparrenbos en helgele espen, tegen een gletsjerdecor. Brutale blauwe gaaien houden ons in de gaten.
Terug op Highway 99 zien we bruingeel heuvelland, bedekt met enorme lappen zwarte kunststof, waaronder ginseng wordt geteeld. Dit is de desertachtige vallei tussen de kustbergen en de Rockies, met als kleuraccent de sagebrush, het felgele struikgewas dat ook duizenden kilometers zuidelijker voorkomt.
In het kleine Secwepemc Museum in Kamloops zien we dat de Prairievolken deze plant gebruikten voor kleurstof en medicijnen. We kopen er een magische ratel van buffelhuid, te gebruiken bij de regendans...

Krassen
Wells Gray Centre in Clearwater wordt streng bewaakt door een levensgrote bronzen eland. In het natte park spuiten we de camper modderbruin, glibberend, ondanks de vierwielaandrijving. We zien de brede Dawson Falls nog net in mysterieus licht en even verder storten de dampende Helmcken Falls zich in een schemerige kloof.
De jonge ranger klopt in het donker op de camperdeur. Ze komt staangeld innen op de Clearwater Campground en waarschuwt terloops voor beren. We zagen al krassen op de bomen en horen gebons… een eekhoorntje springt op het camperdak.
Op de 350 stille kilometers naar Jasper eten we Bratwurst und Schnitzel in een door Duitsers gerund wegrestaurant. Hun lieve luie waakhond van onbestemd ras dopen we 'Duitse Ligger'.

Beauty and the Beast
De spierwitte berggeit staat rustig te grazen aan de voet van de Mount Robson, die z'n diamantvormige top in de wolken hult. Als we op de flank een regenboog zien ontstaan, maken we een noodstop, terwijl een truck rakelings langs dendert….
Wel in volle glorie staat Mount Terry Fox, genoemd naar de jonge Canadese kankerpatiënt, die in de jaren tachtig een Coast-to-coast loop begon. Na ruim 5000 kilometer moest hij opgeven, maar hij zorgde voor een fonds van 23 miljoen dollar.
'Overstekende elanden' staat op een bord in Jasper N.P. en even later doen we de elandproef, als een bronstige takkenbos achter z'n harem de weg over stuift. Het blijft die nacht lang onrustig op de Whistler campground, waar ze gillend ronddwalen.
De zaterdag op Maligne Road is een geluksdag. Na enkele kilometers zien we een moederbeer met jong, snoepend van de bessen in de bosrand en even later in de andere berm een elandkoe met kalf, relaxed vretend van de struiken. Bijna vergeten we door te rijden naar Maligne Lake, voor de boottocht naar Spirit Island, een kleine landtong met een toefje sparren, met gletsjers als decor in een turkooizen meer. Een Koreaan vraagt om een foto en komt er beeldvullend op... Dat doen we ook met de eland, op de terugweg ontdekt in een bosrand, die met de haartjes nat van de bronst ligt uit te rusten. Als het dier ons zat is, staat hij strammig op en wandelt door een beek uit het zicht. Wij dampen ook.
We zien de Sunwapta River bij een 'minirotonde' samensmelten met de Athabasca River, die even zuidelijker langs de Parkway verbreedt tot een perfecte spiegel, omrand door goudkleurige espen en bergruggen: haar naam is Beauty Creek, een schoonheid.
Een kudde dikhoorns, op zoek naar mineralen, verspert de weg bij Goat's Lick. Als dank voor het wachten doen twee schapen een 'pas de deux'. Nog grinnikend zien we de Athabascagletsjer, schitterend in de zon. We kruipen met een gigantische Sno-coach omhoog en staan met een warm hoofd en koude voeten in de papsneeuw. Helemaal warm en licht hoogteziek worden we tijdens de steile klauter tegen de Parker Ridge. Op ruim 3000 m kijken we over felrood gespikkelde bergweiden naar de Saskatchewangletsjer.
Na alle gesjouw vragen we een plek met douchelokaal op Lake Louise Campground. 'Er loopt een grizzly met jong op het terrein', waarschuwt de jonge ranger en stuurt ons naar een verlaten uithoek, toilet op 100 m afstand, geen douche. We durven de camper niet uit: diepe krassen in de bomen… en zijn dat vlokken mensenhaar?! In de stikdonkere nacht denderen goederentreinen langs, claxonnerend, naar wat? We kennen 's morgens de dienstregeling van buiten, van beren geen spoor. We constateren dat dit dé manier is om de camping stil en de gebouwen schoon te houden. Als we dit katterig voorleggen aan de ranger, wordt de man zeer boos, smijt het kampgeld door het loket naar buiten en gebaart heftig: weg jullie!
We voelen ons pas weer welkom bij een azuurblauw Lake Louise, peddelend door het sprookjesachtig mooie Moraine Lake en op de rit langs de schitterende Bow Valley Road naar Banff.

Veren en haarspelden
Het Luxton Museum of the Plain Indians in Banff is een schatkamer, waar de indianenboeken tot leven komen. We zien er hoofdtooien van de Blackfoot, teepee's van de Sioux en buffeljacht van de Cree.
Takakkaw is het Cree woord voor: wonder. En dat gebeurt op weg naar Takakkaw Falls. Vlak voor de moeilijkste haarspeld moeten we opeens uitwijken voor een toerbus die achteruit de 18% helling af komt. Hij haalt de bocht niet en kan pas 3 haarspelden lager keren. Na drie keer steken tussen lage vangrail en rotswand sleurt de 'grizzly' ons omhoog. De watervalletjes in onze handen zijn pas droog bij de aanblik van de machtige Takakkaw, 312 m pulverend langs de rotsen.
Het echte juweel van Yoho N.P. is Emerald Lake, we lunchen er met gerechten in de kleuren van het landschap. We zuigen een stukje uitzicht op.
Regenachtig in Revelstoke, goed weer voor het spoorwegmuseum. Een oud-machinist geeft uitleg op de 'bok' van een antieke stoomloc, met een zuurstofapparaat binnen handbereik, nodig voor z'n stoflongen. Via de gratis veerponten over de Arrow Lakes komen we in de Okanagan Valley.

Bizons en brood
Een 'Victoriaanse' dame leidt ons door de 140 jaar oude, authentiek ingerichte O'Keefe Mansion. We horen smeuïge details over het liefdeleven van Cornelius met z'n drie vrouwen en 18 kinderen. Bij de Buffalo Steak tipt de 'cowgirl' die ons bedient, over wilde bizons langs de weg naar Vernon. We speuren vergeefs en concluderen berustend: 'Zeker zojuist opgegeten.' Irrigatie en gunstige temperaturen maken deze vallei zeer geschikt voor fruitteelt. Overal liggen rijpe pompoenen en fruitboeren zijn aan de appelpluk. In de Grist Mill, een antieke korenmolen bij Keremeos, acteert de molenaar dat hij in 1880 leeft. Glimlachend vertelt hij rijk te worden van de ploeterende goudzoekers, die immers iedere dag brood nodig hebben.

De ontdekking
Wij voelen ons rijk aan het schitterende Lightning Lake in Manning Park, waar eenden drijven, geluidloos een visser peddelt en de zon roze ondergaat. Wreed verstoort de scherpe kras van een raaf de stilte. We zien hem, brutaal in de top van een knoestige boom en bedenken opeens: 'Zo werd de totempaal ontdekt!'
Op een terrasje in Fort Langley bestellen we een pilsje. De ober weigert, buiten drank serveren mag niet. We bestellen binnen, maar eten bij drank is verplicht en een koekje blijkt ook eten. Dus het kleinste koekje uitgezocht, want dorstig en niet hongerig, pilsjes mee naar buiten, koekje 'vergeten'. Een barmeisje brengt prompt het koekje na op een schoteltje. Dronken worden is onmogelijk: met $ 16 voor 2 pilsjes, 15% fooi en alsmaar koekjes van $ 0,50…!
Bij het Volkenkundig Museum in Vancouver staat een Kustvolkhuis van kunstenaar Bill Reid. De totempaal ernaast heeft een gestileerde vogel in top, uit de snavel groeit een minilijsterbes, nu in herfstkleuren. Misschien ietsje te vers hout gebruikt, Bill? Binnen staan we in verwondering bij zijn cederhouten sculptuur: 'De Raaf ontdekt de Mensheid in een Schelp' en een prachtig gouden doosje getiteld: 'De Raaf Ontdekt het Licht'. Wij voelen ons ook een beetje raaf, want we ontdekten: De Kleuren van Canada in een witte CanaDream'!

Tekst: Dick van Toorn
Foto's: archief Wereldcontact

Superlatieven in toeristisch jargon lees je in de meeste reisbeschrijvingen. Maar wat beleef je nou echt op reis? Ons dagboek spreekt een eigen taal.

Vlammend rode maple leafs
Een meisje zeemt 150 meter boven de stad de ramen van Harbour Tower, aan de binnenkant, als we met de glazen lift boven komen. We zien ontwakend Vancouver extra helder: een sneeuwwit cruiseschip bij Canada Place en de sierlijke Lions Gate Brug naar de groene long van Stanley Park. Het is 5 minuten met de bus naar de vlammend rode maple leafs in het park, waar een paardentram traag voorbij klost en een moeder rolschaatsend haar buggy duwt.
'Overstekende zalmen' meldt een bord bij een iel beekje, terwijl het Zeeaquarium sponsors vraagt voor de wilde zalm. In mooie buitenbassins zien we schrandere witte beluga's en soezende zeeotters, wachtend op de eerste oester. Spannende aquaria tonen haaien en het zeeleven voor de kust. Net tijd voor een snelle hap in ons hotel, hijgend in het busje, dat prompt om 13.00 uur voorrijdt. Onze CanaDroomreis is begonnen.

Sta(a)rten
Als een grizzly, gestoord in de winterslaap, gromt de 300 pk diesel bij het starten van de trucking camper. De versnelling wil niet in Drive, het loopt al tegen zessen, de manager erbij. Zij kijkt over haar brilletje en deelt minzaam mee: 'Als je nou de rem erbij intrapt'. Nog 4000 kilometer te gaan…
Onophoudelijk loeien misthoorns over de Strait of Georgia en geen orkastaart te zien, varend van Tsawwassen naar Vancouver Island. Als we Victoria binnenrijden, fonkelt George Vancouver's gouden beeld in de zon op de koepel van het Parlementsgebouw. Deze verwaande Engelse kapitein wordt geëerd als 'ontdekker' van de Inside Passage, terwijl de Kustvolken er al duizenden jaren woonden. Bij het prachtige Royal BC Museum zien we enig eerbetoon aan deze volken: een origineel blokhuis, beschilderd met een 'Big Smile' en omringd door totempalen met de mythische raaf in top. Ook wij ontkomen niet aan de magie van deze vogel. We zien in dit museum een ontzagwekkende collectie van natuurhistorie, de Eerste Volken, oude en nieuwe kunst, maar ook een Victoriaans winkelstraatje. In het eeuwig geopende 'museum' van Chemainus dwalen we tussen de artistieke graffiti op blinde buitenmuren. We zien de hele historie van het eiland uitgebeeld, van eerste mens tot houthakker.
De zware camper deint behoorlijk op de bochtige en geaccidenteerde wegen van het eiland, maar we genieten van de eindeloze wouden en verwachten elk moment een staart te zien. Dat gebeurt pas in Ucluelet, een slaperig vissersdorpje aan de westkust, waar twee witstaartherten relaxed rondlopen bij de Co-op supermarkt.
Voor walvissen moeten we naar Tofino, bereikbaar door het Pacific Rim National Park. In Wickaninnish Ranger Station zien we de walvisvaart door de Kustvolken uitgebeeld: in open boomkano's jagend op 40 ton spek en botten. Jamie's Whale Watching heeft twee soorten boten, de snelle open Zodiac en een kajuitboot. Wij kiezen voor langzaam, want het motregent, de zee is grauw en we zoeken naar grijze walvissen. Feilloos vindt schipper Jamie de eenzame grijze kolos, die bij elke duik elegant haar staart opzwiept en na exact 5 minuten voorspelbaar boven komt. Terugvarend zien we onze eerste zwarte beer op een strandje en een paartje visarenden op hun nest. Toch staarten geteld vandaag!
Na overnachting in het nevelwoud bij Sproat Lake maken we een laatste, zonnige wandeling tussen de eeuwenoude woudreuzen van Cathedral Grove, waar een prachtige elk-hinde wegspringt.

Beren en bikes
Na aankomst in Horseshoe Bay ligt Vancouver, gezien vanaf de noordelijke kustweg, schitterend beneden ons. Gewend aan deining lopen we geroutineerd over de wiebelende Capilano Griezelbrug en genieten van de 70 meter diepe kloof in herfsttooi. Drie mannen van de Kustclans, in klederdracht, tonen hun dans-, zang- en houtsnijkunst voor de vele dagjesmensen.
Op weg naar Squamish langs de Sky to Coast Highway is het uitzicht over de azuurblauwe zee links en de ongenaakbare kustbergen rechts wonderschoon. Stoppen kunnen we pas bij de Shannon Falls, waar we samen met een Canadreumes van drie turven hoog gebiologeerd omhoog kijken naar de 300 meter hoge waterzuil.
De waterval volgt ons naar Whistler, waar we zo ongeveer 'afmeren' op de Riverside Camping. Bij het ontbijt zien we pas de verse berensporen naast onze camper…
De mountainbikers zetten hun fietsen rechtop in de liftcabines naar Mount Whistler; een jonge vent met dwarslaesie trekt zelf z'n 4-wieler naar binnen. Omhoog zwevend zien we een zwarte berin met 2 jongen tussen de kornoelje scharrelen, dus toch! Terug zien we ze weer, terwijl de fietsers langs de kale pistes naar beneden bolderen, de 4-wieler voorop.

Gaaien en ginseng
Bij Pemberton loopt de Duffey Lake Road door een reservaat, met teepee's en ruig bergland. Een sprookje openbaart zich tijdens de wandeling naar Joffre Lake: lichtgroene rietstengels in turkooizen water, een zoom van sparrenbos en helgele espen, tegen een gletsjerdecor. Brutale blauwe gaaien houden ons in de gaten.
Terug op Highway 99 zien we bruingeel heuvelland, bedekt met enorme lappen zwarte kunststof, waaronder ginseng wordt geteeld. Dit is de desertachtige vallei tussen de kustbergen en de Rockies, met als kleuraccent de sagebrush, het felgele struikgewas dat ook duizenden kilometers zuidelijker voorkomt.
In het kleine Secwepemc Museum in Kamloops zien we dat de Prairievolken deze plant gebruikten voor kleurstof en medicijnen. We kopen er een magische ratel van buffelhuid, te gebruiken bij de regendans...

Krassen
Wells Gray Centre in Clearwater wordt streng bewaakt door een levensgrote bronzen eland. In het natte park spuiten we de camper modderbruin, glibberend, ondanks de vierwielaandrijving. We zien de brede Dawson Falls nog net in mysterieus licht en even verder storten de dampende Helmcken Falls zich in een schemerige kloof.
De jonge ranger klopt in het donker op de camperdeur. Ze komt staangeld innen op de Clearwater Campground en waarschuwt terloops voor beren. We zagen al krassen op de bomen en horen gebons… een eekhoorntje springt op het camperdak.
Op de 350 stille kilometers naar Jasper eten we Bratwurst und Schnitzel in een door Duitsers gerund wegrestaurant. Hun lieve luie waakhond van onbestemd ras dopen we 'Duitse Ligger'.

Beauty and the Beast
De spierwitte berggeit staat rustig te grazen aan de voet van de Mount Robson, die z'n diamantvormige top in de wolken hult. Als we op de flank een regenboog zien ontstaan, maken we een noodstop, terwijl een truck rakelings langs dendert….
Wel in volle glorie staat Mount Terry Fox, genoemd naar de jonge Canadese kankerpatiënt, die in de jaren tachtig een Coast-to-coast loop begon. Na ruim 5000 kilometer moest hij opgeven, maar hij zorgde voor een fonds van 23 miljoen dollar.
'Overstekende elanden' staat op een bord in Jasper N.P. en even later doen we de elandproef, als een bronstige takkenbos achter z'n harem de weg over stuift. Het blijft die nacht lang onrustig op de Whistler campground, waar ze gillend ronddwalen.
De zaterdag op Maligne Road is een geluksdag. Na enkele kilometers zien we een moederbeer met jong, snoepend van de bessen in de bosrand en even later in de andere berm een elandkoe met kalf, relaxed vretend van de struiken. Bijna vergeten we door te rijden naar Maligne Lake, voor de boottocht naar Spirit Island, een kleine landtong met een toefje sparren, met gletsjers als decor in een turkooizen meer. Een Koreaan vraagt om een foto en komt er beeldvullend op... Dat doen we ook met de eland, op de terugweg ontdekt in een bosrand, die met de haartjes nat van de bronst ligt uit te rusten. Als het dier ons zat is, staat hij strammig op en wandelt door een beek uit het zicht. Wij dampen ook.
We zien de Sunwapta River bij een 'minirotonde' samensmelten met de Athabasca River, die even zuidelijker langs de Parkway verbreedt tot een perfecte spiegel, omrand door goudkleurige espen en bergruggen: haar naam is Beauty Creek, een schoonheid.
Een kudde dikhoorns, op zoek naar mineralen, verspert de weg bij Goat's Lick. Als dank voor het wachten doen twee schapen een 'pas de deux'. Nog grinnikend zien we de Athabascagletsjer, schitterend in de zon. We kruipen met een gigantische Sno-coach omhoog en staan met een warm hoofd en koude voeten in de papsneeuw. Helemaal warm en licht hoogteziek worden we tijdens de steile klauter tegen de Parker Ridge. Op ruim 3000 m kijken we over felrood gespikkelde bergweiden naar de Saskatchewangletsjer.
Na alle gesjouw vragen we een plek met douchelokaal op Lake Louise Campground. 'Er loopt een grizzly met jong op het terrein', waarschuwt de jonge ranger en stuurt ons naar een verlaten uithoek, toilet op 100 m afstand, geen douche. We durven de camper niet uit: diepe krassen in de bomen… en zijn dat vlokken mensenhaar?! In de stikdonkere nacht denderen goederentreinen langs, claxonnerend, naar wat? We kennen 's morgens de dienstregeling van buiten, van beren geen spoor. We constateren dat dit dé manier is om de camping stil en de gebouwen schoon te houden. Als we dit katterig voorleggen aan de ranger, wordt de man zeer boos, smijt het kampgeld door het loket naar buiten en gebaart heftig: weg jullie!
We voelen ons pas weer welkom bij een azuurblauw Lake Louise, peddelend door het sprookjesachtig mooie Moraine Lake en op de rit langs de schitterende Bow Valley Road naar Banff.

Veren en haarspelden
Het Luxton Museum of the Plain Indians in Banff is een schatkamer, waar de indianenboeken tot leven komen. We zien er hoofdtooien van de Blackfoot, teepee's van de Sioux en buffeljacht van de Cree.
Takakkaw is het Cree woord voor: wonder. En dat gebeurt op weg naar Takakkaw Falls. Vlak voor de moeilijkste haarspeld moeten we opeens uitwijken voor een toerbus die achteruit de 18% helling af komt. Hij haalt de bocht niet en kan pas 3 haarspelden lager keren. Na drie keer steken tussen lage vangrail en rotswand sleurt de 'grizzly' ons omhoog. De watervalletjes in onze handen zijn pas droog bij de aanblik van de machtige Takakkaw, 312 m pulverend langs de rotsen.
Het echte juweel van Yoho N.P. is Emerald Lake, we lunchen er met gerechten in de kleuren van het landschap. We zuigen een stukje uitzicht op.
Regenachtig in Revelstoke, goed weer voor het spoorwegmuseum. Een oud-machinist geeft uitleg op de 'bok' van een antieke stoomloc, met een zuurstofapparaat binnen handbereik, nodig voor z'n stoflongen. Via de gratis veerponten over de Arrow Lakes komen we in de Okanagan Valley.

Bizons en brood
Een 'Victoriaanse' dame leidt ons door de 140 jaar oude, authentiek ingerichte O'Keefe Mansion. We horen smeuïge details over het liefdeleven van Cornelius met z'n drie vrouwen en 18 kinderen. Bij de Buffalo Steak tipt de 'cowgirl' die ons bedient, over wilde bizons langs de weg naar Vernon. We speuren vergeefs en concluderen berustend: 'Zeker zojuist opgegeten.' Irrigatie en gunstige temperaturen maken deze vallei zeer geschikt voor fruitteelt. Overal liggen rijpe pompoenen en fruitboeren zijn aan de appelpluk. In de Grist Mill, een antieke korenmolen bij Keremeos, acteert de molenaar dat hij in 1880 leeft. Glimlachend vertelt hij rijk te worden van de ploeterende goudzoekers, die immers iedere dag brood nodig hebben.

De ontdekking
Wij voelen ons rijk aan het schitterende Lightning Lake in Manning Park, waar eenden drijven, geluidloos een visser peddelt en de zon roze ondergaat. Wreed verstoort de scherpe kras van een raaf de stilte. We zien hem, brutaal in de top van een knoestige boom en bedenken opeens: 'Zo werd de totempaal ontdekt!'
Op een terrasje in Fort Langley bestellen we een pilsje. De ober weigert, buiten drank serveren mag niet. We bestellen binnen, maar eten bij drank is verplicht en een koekje blijkt ook eten. Dus het kleinste koekje uitgezocht, want dorstig en niet hongerig, pilsjes mee naar buiten, koekje 'vergeten'. Een barmeisje brengt prompt het koekje na op een schoteltje. Dronken worden is onmogelijk: met $ 16 voor 2 pilsjes, 15% fooi en alsmaar koekjes van $ 0,50…!
Bij het Volkenkundig Museum in Vancouver staat een Kustvolkhuis van kunstenaar Bill Reid. De totempaal ernaast heeft een gestileerde vogel in top, uit de snavel groeit een minilijsterbes, nu in herfstkleuren. Misschien ietsje te vers hout gebruikt, Bill? Binnen staan we in verwondering bij zijn cederhouten sculptuur: 'De Raaf ontdekt de Mensheid in een Schelp' en een prachtig gouden doosje getiteld: 'De Raaf Ontdekt het Licht'. Wij voelen ons ook een beetje raaf, want we ontdekten: De Kleuren van Canada in een witte CanaDream'!